Maandelijkse artikel over leefstijlcoaching

Gepubliceerd: oktober 2019 
Leestijd: 8 minuten
Door: Celeste van Rinsum

Nieuwe serie artikelen

Dit is het eerste artikel dat ik in samenwerking met de BLCN zal schrijven. In deze serie van artikelen komen actuele onderwerpen rondom leefstijlcoaching aan bod. Wetenschappelijke inzichten zullen vertaald naar een begrijpelijke taal. Wetenschappelijke kennis moet immers niet in de ivoren toren van onderzoekers blijven.

Als gezondheidsbevorderaar ben ik (Celeste van Rinsum) op het Coaching op Leefstijl (CooL) onderzoek gepromoveerd. CooL is een gecombineerde leefstijlinterventie, dat sinds dit jaar vanuit de basiszorgverzekering vergoed wordt en uitgevoerd wordt door leefstijlcoaches. Het is mijn passie om artikelen te schrijven, die breed toegankelijk zijn. Mijn interesse gaat uit naar thema’s zoals leefstijl en de landelijke ontwikkelingen rondom dit thema.

BMI niet als uitkomstmaat
Wanneer wordt BMI als uitkomstmaat gebruikt?
Met de body mass index (BMI) bereken je de verhouding tussen lengte en gewicht. Heb je een BMI van 25 of hoger? Dan heb je overgewicht. Wanneer je BMI 30 of hoger is, dan is er sprake van obesitas. In de meeste onderzoeken naar leefstijlinterventies wordt BMI als uitkomstmaat gebruikt. Deze interventies worden vaak opgezet om de stijging van overgewicht tegen te gaan. Het is handig om naar het BMI-verschil te kijken om te bepalen of de interventie succesvol is en minder mensen overgewicht hebben.

Programma’s vergelijken
Hoe weet je of een programma succesvol was?
Zorgverzekeraars, gemeenten, onderzoekers en andere partijen zijn in het BMI-verschil geïnteresseerd, zodat ze gemakkelijk de interventie met andere programma’s kunnen vergelijken. Ook is BMI een goede indicator voor een verbetering van de gezondheid [1]. Soms wordt de uitkomstmaat BMI zelfs afgezet tegen de kosten en baten, die het programma met zich mee brengen (ook wel een kosteneffectiviteit-studie genoemd). Eén van de kerndoelen van de overheid is doelmatigheid in de zorg, hierbij wordt gekeken naar de goedkoopste zorg met de meest positieve resultaten.

Nadelen van BMI
Wat zijn tekortkomingen van de BMI-maat?
Een nadeel van BMI is dat het geen informatie geeft over de lichaamssamenstelling van een persoon. Zo kunnen getrainde bodybuilders ook een hoge BMI hebben, omdat ze relatief zwaar zijn voor hun lengte door de hoeveelheid spiermassa. Daarnaast hebben vrouwen over het algemeen een hoger vetpercentage dan mannen. En bij ouderen verandert de lichaamssamenstelling, doordat ze kleiner worden en spiermassa afbreken. Voor al deze groepen wordt BMI op dezelfde manier berekend. Wel zijn er speciale afkapwaardes voor overgewicht en obesitas bij kinderen.

Gedragsverandering
Wat zijn doelen bij leefstijlcoaching?
Wanneer iemand door een leefstijlcoach begeleid wordt, geeft een afname in BMI geen compleet beeld. Een leefstijlcoach helpt mensen met obesitas om hun leefstijl in de gezonde richting te veranderen en te behouden. Het draait hierbij niet primair om het afvallen. Vaak zijn de doelen van deelnemers om zich fitter te voelen, meer energie te krijgen of weer met de (klein)kinderen te kunnen spelen. Kleine doelen worden gesteld om leefstijl langzaam te veranderen, om de kans op terugval kleiner te maken.

Op proces focussen
Hoe kan je gezond afvallen?
Onderzoek laat zien dat mensen gezonder leven en meer afvallen als ze op het gedrag en dus op het proces focussen, dan als ze op de uitkomst en het gewicht focussen [2-3]. Mensen willen namelijk snel al succesboeken en als ze in hun gewicht nog weinig verschil zien, kan dit hun motivatie negatief beïnvloeden [3]. Daarnaast kunnen de interacties tussen leefstijlcoaches en hun coachees gekleurd worden als leefstijlcoaches zelf ook op de gewichtsafname gefocust zijn, wat weer een invloed op de motivatie van de coachees kan hebben [3].

Zachte uitkomstmaten
Wat zijn betere uitkomstmaten dan BMI?
BMI kan gezien worden als een ‘harde’ uitkomstmaat: iemand heeft overgewicht of niet. Aangezien het bij leefstijlcoaching niet draait om veel af te vallen, is het BMI-verschil geen passende uitkomstmaat. Bij leefstijlinterventies wil je weten of iemand bewuster is geworden van zijn of haar (on-)gezonde leefstijl en of die persoon zijn motivatie en gedrag heeft aangepast. Om dit te meten zijn ‘zachte’ uitkomstmaten nodig: gedragsmaten zijn hier een voorbeeld van (bijvoorbeeld het eet-, beweeg- en slaapgedrag). Ook kan je kijken naar verandering in kwaliteit van leven en gezondheidswinst. De kans is groter dat deze ‘zachte’ maten eerder afnemen dan de ‘harde’ BMI-uitkomstmaat, aangezien je eerst je gedrag moet aanpassen voordat je BMI mee kan veranderen. Gedragsverandering heeft veel tijd nodig, daarom kan je een BMI-afname pas op een langere termijn zien.

Wat is een goed resultaat?
In de Zorgstandaard Obesitas wordt gesteld dat bij een gewichtsafname van 5% binnen één jaar een interventie succesvol genoemd kan worden [1]. Waarom is hier zo’n harde cutoff point voor? Zou het niet beter zijn om meer naar ‘zachte’ uitkomstmaten te kijken? Als mensen zich beter en gezonder voelen, dan zullen ze gemotiveerder zijn om het gezonde gedrag vol te houden. Dit kan op de langere termijn leiden tot lagere gezondheidsrisico’s en lagere zorgkosten.

Auteur: Dr. Celeste van Rinsum
Initiatief namens BLCN: adviseur Zorgbeleid Anne-Marie Janssens

Referenties

  1. Partnerschap Overgewicht Nederland. Zorgstandaard Obesitas. Amsterdam: Partnerschap Overgewicht Nederland; 2010.
  2. Freund AM, Hennecke M. Changing eating behaviour vs. losing weight: The role of goal focus for weight loss in overweight women. Psychology & Health. 2012; 27 (sup2): 25-42.
  3. Teixeira PJ, Silva MN, Mata J, Palmeira AL, Markland D. Motivation, selfdetermination, and long-term weight control. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity. 2012; 9 (1): 22